| 
  • If you are citizen of an European Union member nation, you may not use this service unless you are at least 16 years old.

  • You already know Dokkio is an AI-powered assistant to organize & manage your digital files & messages. Very soon, Dokkio will support Outlook as well as One Drive. Check it out today!

View
 

Politiek en ruimte (atlas)

Page history last edited by PBworks 18 years, 3 months ago

Oefenvragen bij Politiek en Ruimte. Bosatlas 52e druk

 

 

1. Bekijk kaart 109C.

a. Was de voormalige USSR een natiestaat? Verklaar je antwoord.

b. Wat was de positie van de Russen in de USSR?

c. Na 1990 veranderde hun situatie. Verklaar dit.

d. Op kaart 111A zie je de indeling van het GOS. Wat is het verschil tussen het GOS en de USSR?

e. Bekijk figuur 111E. Waar zal het proces van nation building gemakkelijker verlopen,in Kazachstan of in Oezbekistan, afgaande op de gegevens uit de figuur? Verklaar je antwoord.

 

2. Bekijk kaart 111 B en C.

a. Rusland voert al enige jaren oorlog in Tsjetsjenië. Leg m.b.v. de kaart uit waarom Rusland aan Tsjetsjenië geen zelfstandigheid wil geven.

b. Wat betekent ‘autonomie’ (zie legenda) hier?

c. Armenië en Azerbeidzjan hebben al jaren ruzie met elkaar. Probeer met behulp van de kaarten aan te geven waar het conflict om draait.

d. Op de Kaukasus waren de nationalistische gevoelens altijd al sterk. Welke verklaring kun je hiervoor geven? Betrek de politiek van de voormalige USSR in je antwoord.

 

3.

a. Welke kaart heb je nodig om de situatie in het voormalige Joegoslavië te beoordelen?

b. De voormalige president van Servië, Milocevic, staat terecht in Den Haag voor een internationaal gerechtshof. Hij wordt o.a. beschuldigd van oorlogsmisdaden in Kosovo. Leg aan de hand van de kaart uit waar het conflict om draaide.

c. Vóór 1990 waren er eigenlijk geen problemen in het voormalige Joegoslavië. Verklaar dit.

d. Op welke manier heeft men geprobeerd een einde te maken aan het conflict? Noem 2 dingen, af te leiden uit de atlas. Noem ook het/de kaartnummer(s) die je gebruikt.

 

4. Bekijk kaart 132-133.

a. Vergelijk Zuid-Afrika met de omliggende landen. Beschrijf en verklaar het verschil in bevolkingssamenstelling.

b. Geef 3 voorbeelden van naamsveranderingen na de dekolonisatie.

c. Soms is er na de dekolonisatie een nieuwe hoofdstad aangewezen. Geef hiervan 3 voorbeelden.

d. Leg ook uit waarom men dit gedaan heeft.

e. Je zou een mogelijk verband kunnen leggen tussen de vluchtelingenstromen nu (133D) en het koloniale verleden. Licht dit verband toe.

f. In West-Afrika zie je een duidelijk koloniale infrastructuur. Licht dit toe.

g. Bekijk kaart 133B. Welk belangrijk gegeven ter verklaring van territoriale conflicten ontbreekt op deze kaart?

 

5. Bekijk kaart 116A.

a. Hoe heten de Palestijnse autonome gebieden?

b. Hoe autonoom is Arafat op dit moment?

c. Wat is de positie van Jeruzalem?

d. Israël hecht zeer aan de bezette gebieden. Geef hiervoor 2 redenen.

 

6. Bekijk kaart 188.

a. Wat is het probleem van de Koerden?

b. Vanuit de VS wordt druk uitgeoefend op Nederland om de PKK te verbieden. Waarom? Vind je dit terecht?

 

7. Bekijk kaart 189.

a. In 1967 ontstond een burgeroorlog in Biafra. Hoe kwam dat?

b. Hoe heeft de regering van Nigeria geprobeerd het probleem ‘Biafra' op te lossen?

c. Hoeveel mensen wonen er in Nigeria? Hoe groot is het land? (afstand noord-zuid en oost-west)

Comments (0)

You don't have permission to comment on this page.